« Vorige

Eerst je eigen huiswerk - juni 2020

De jonge bevlogen arts met wie ik op een boswandeling in gesprek raak, krijgt tranen in haar ogen als ze vertelt over haar patiënten in Coronatijd. Ze heeft door de crisis een groot aantal van hen niet meer gezien, terwijl ze weet dat ze ziek zijn. Als ze hen belt, wordt ze ‘gerustgesteld’ met een door angst omfloerste stem. ‘Het gaat wel, dokter, ik red me wel. Maar nee, ik kom niet naar het spreekuur, nee, stel je voor dat ik nu corona krijg.’ En dat terwijl ze weet dat deze patiënten echt haar hulp kunnen gebruiken. Over een andere groep is ze ook verdrietig maar om een hele andere reden. ‘Er zijn mensen die, nu het weer mag, onmiddellijk een afspraak eisen. Omdat ze zo lang niet mochten komen, klinken ze al aan de telefoon agressief’. En ze vertelt over een man, te dik, stinkend naar drank en rook, die tegenover haar plaatsnam en een oplossing van zijn probleem eiste. En hoe ze in de war raakte van deze man. Een man die geen verantwoordelijkheid neemt over zijn eigen gezondheid en dus zijn ellende bij haar op het bureau dropt. En die haar het gevoel geeft dat ze niet in staat is om hem te helpen, wat haar keel snoert en waar ze een steen van in haar maag voelt opkomen. Op hetzelfde moment voelt ze zich een waardeloze arts.

 

Nadat ze is uitverteld en enigszins uitgehuild, vraag ik: ‘Heb je een vraag?’ Ze kijkt me verbaasd aan. ‘Een vraag?’ ‘Ja, zeg ik, je mag dit allemaal wel aan mij vertellen, maar ik denk dat je daar niet veel mee opschiet. Heb je een vraag?’

Dan draait het gesprek 180 graden Het gaat helemaal niet over haar patiënten maar over haar. Over de verantwoordelijkheid voor haarzelf als het gaat om ‘heel’ te worden. Ze komt schoorvoetend met een vraag over haar onzekerheid, haar angst, haar gevoel van tekortschieten. ‘Hoe lang ken je die gevoelens al?’ vraag ik. ‘O… ik weet niet anders. Toen ik zes was ben ik verhuisd van een dorp naar de stad en toen kwam ik in een nieuwe klas. En die kinderen konden alles beter dan ik.’

‘En wat heb je toen over jezelf aangenomen?’ vraag ik. ‘Dat ik dom ben, niet de moeite waard… dat ik niets voorstel…. dat ik het toch niet goed kan…’ Daar zijn de tranen weer. ‘Is dat waar Nicolien? Is het waar dat jij niet de moeite waarde bent?’ Ze kijkt me aan en zegt: ‘Nee, ik weet ergens wel dat dat onzin is, maar ik denk het toch iedere keer, en dan straf ik mezelf meteen dat ik het weer denk en dan…’ Ze kan niet stoppen met huilen.

 

‘Kijk me eens aan en zeg me na: Ik vergeef mezelf dat ik al 32 jaar geloof dat ik er niet toe doe…’ Het duurt even. Maar dan zie ik licht in haar ogen. Ze herhaalt mijn zin en ik kijk haar rustig aan. ‘Dank je, want gelukkig is dat niet waar. Dat heb je zelf verzonnen met je kinderhersentjes en dat ben je blijven geloven. Dus je kunt dat nu laten gaan. De waarheid is dat je onveranderlijk Liefde bent.’ Ze houdt oogcontact; het komt binnen. ‘En dan nu nog een: ik vergeef mezelf dat ik vergéten ben dat ik Liefde ben’. Ook die zin pakt ze direct. Ik vraag haar: ‘Kijk eens naar mij. Kun je zien dat ik, wat ik ook uitgespookt, gevoeld en gedacht heb in mijn leven, ook Liefde ben? Dat er niets mis is met mij?’ Volmondig kan ze dat beamen. We kunnen elkaar niet in de armen vallen maar de neiging is op dat moment groot. ‘Ik moet dus eerst met mijzelf aan de gang… verantwoordelijkheid nemen voor mijn eigen geluk voordat ik…uhh..  iets vraag van die patiënten….’ Ik hoef niets meer te zeggen. ‘Precies. En dit is je huiswerk. Jezelf vergeven voor de onzin die je bent gaan geloven. Iedere dag weer. Want reken maar dat die oude overtuigingen je weer te pakken gaan nemen. Nu heb je het vaccin te pakken. Dit medicijn werkt als je het dagelijks gebruikt. Minstens drie keer per dag, voor of na het eten.’ Dankbaar voor deze gedeelde wijsheid en genietend van de prachtige omgeving lopen we verder, zwijgend met een grote glimlach.

 

Saskia Teppema 

Er zijn nog geen berichten geschreven, doe dat hieronder
Geschreven op: 07-06-2020